Het is 1933. De 12-jarige Freddie woont alleen in een torenkamertje van het Rijksmuseum. Sinds de dood van zijn vader is hij er de glazenwasser. Overdag wast hij de ramen, 's nachts dwaalt hij door de stille zalen, langs schilderijen die hij als vrienden is gaan beschouwen. Zo ontdekt hij dat hij via de doeken naar het verleden kan reizen, naar het Amsterdam van Rembrandt, naar de grote brand en de pest. In één schilderij vindt hij zelfs een brief van zijn vader. Die klinkt als een opdracht: ergens in het Rijksmuseum ligt een voorwerp verborgen. Maar Freddie is niet de enige die het zoekt!
Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste om zelf je mening door te geven.
Wat vond je van dit boek?
Verklap het einde niet, zo blijft het spannend voor andere juryleden.